Waren we maar wat meer onozel

Discussie

Misschien herken je dit. Je voert een klassengesprek en die mondt uit in een vruchteloze discussie tussen twee of meer studenten of leerlingen. Emoties lopen hoog op, mensen verheffen hun stem, het wordt steeds heftiger en er lijkt steeds meer verwijdering op te treden. En toch… toch heb jij als toehoorder het gevoel dat de deelnemers het meer met elkaar eens zijn dan ze denken. Alleen hebben ze het zelf niet door. Ze zijn op een punt gekomen dat ze overtuigd zijn van hun eigen gelijk, ze door de emotie niet meer in staat zijn om te luisteren en al helemaal geen vragen aan elkaar stellen.

Als je dit niet herkent, kijk dan even terug naar de uitzending van op1 van zondag 14 juni en dan het gesprek over racisme en de moderne beeldenstorm. Ik kreeg tijdens dit gesprek sterk de indruk dat een aantal mensen elkaar niet begreep en ook niet de moeite nam om dat te proberen. Mocht je na deze uitzending nog niet genoeg gezien hebben, kijk dan even naar de commentaren op dit programma op twitter, daar gaat het nog even verder namelijk.

Geheugensteuntje

In een dergelijk gesprek is een belangrijke voorwaarde voor een goede dialoog niet aanwezig en dat is de basishouding van de deelnemers. Hoe zitten ze erbij? Met welke intentie doen ze mee aan het gesprek? Ik heb die basishouding gedestilleerd uit het boek ‘over dialoog’ van David Bohm en omdat het in de praktijk zo moeilijk blijkt te zijn heb ik er maar een acroniem voor bedacht: Onozel.. En ja, ik weet dat dat verkeerd gespeld is en als je daar meteen al een oordeel over hebt (deze man kan niet spellen!) dan is de eerste O meteen voor jou 😉. Ik ga de letters even stuk voor stuk bij langs en geef bij elke letter een of meerdere vragen die jij jezelf zou kunnen stellen als je in een gesprek zit.

Onozel

Oordeelloos (Wat bemerk ik bij mezelf als ik ontdek dat de ander een totaal andere mening heeft dan ik? Mag de ander het oneens zijn met mij? Mag de ander andere waarden hebben dan ik? )

Nieuwsgierig (Hoe komt de ander aan zijn of haar mening? Welke vraag kan ik stellen om daar achter te komen? Wat wil ik leren van dit gesprek?’)

Open (Sta ik open voor de ander? Sta ik er voor open om dingen vanuit een ander perspectief te zien?)

Zelfkritisch (Waar is mijn mening werkelijk op gebaseerd? Zou het kunnen zijn dat ik het niet bij het goede eind heb?)

Luisterend (Wat doen mijn gedachten als de ander spreekt? Concentreer ik me op wat gezegd wordt of op wat ik zelf wil zeggen?)

Misschien is het een goede tip om jezelf in elk gesprek meerdere keren deze vragen te stellen.

Geen debat meer?

In de uitzending van OP1  werd meerdere keren gezegd dat we ‘het debat moeten blijven voeren’. Het debat over racisme en ons verleden. Dat klinkt goed. Meningen, standpunten, waarheden, ze moeten ter discussie gesteld worden en dan mag het best even clashen. Maar toch.. Als we iets verder kijken zullen we samen een antwoord moeten vinden op vragen zoals: ‘Hoe willen we verder?’ ‘Wat willen we in de plaats van racisme en ongelijkheid?’ En ‘welke stappen gaan we daar in zetten?’ Dan is er meer nodig dan een debat, dan is er een dialoog nodig en zul je onozel moeten zijn!

De samenleving in het klein

Dat geldt natuurlijk voor de hele samenleving maar als docent heb jij het geluk dat je te maken hebt met een samenleving in het klein namelijk jouw klas! Je bent dus enorm belangrijk als voorbeeld en als inspirator voor jongeren die hun plek moeten vinden in die grote samenleving. Een onozele docent, dat is pas een vitaal beroep! Ik support je daar graag bij met de training dialoog in de klas. Hierin ga je oefenen om met die onozele basishouding een goede dialoog te voeren met jouw leerlingen of studenten.

Recent Posts

Leave a Comment